
Gerechtsdeurwaarderswet
Artikel 23
1
Ingeval van ontslag dan wel indien de ter plaatse benoemde gerechtsdeurwaarder door ziekte, afwezigheid of schorsing zijn ambt niet kan vervullen, kan Onze Minister voor bepaalde of onbepaalde tijd een waarnemend gerechtsdeurwaarder benoemen.
2
Tot waarnemend gerechtsdeurwaarder kunnen worden benoemd:
a
een gerechtsdeurwaarder;
b
een persoon die voldoet aan de vereisten voor benoeming tot gerechtsdeurwaarder, met uitzondering van het vereiste van artikel 5, eerste lid, onder d;
c
in geval van ontslag wegens het bereiken van de leeftijd van 65 jaren, de ontslagene zelf, doch niet voor langer dan één jaar.
3
Een persoon als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, die voor de eerste maal tot waarnemend gerechtsdeurwaarder wordt benoemd, legt zo spoedig mogelijk na zijn benoeming ter openbare terechtzitting voor de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van vestiging is gelegen, de navolgende eed of belofte af:
?Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning en de Grondwet.?
?Ik zweer (beloof), dat ik mij zal gedragen naar de wetten en voorschriften op mijn ambt van toepassing en dat ik mijn taak eerlijk en nauwgezet zal uitvoeren.?
4
De waarneming eindigt:
a
door ontslag door Onze Minister;
b
doordat de waargenomen gerechtsdeurwaarder, na kennisgeving daarvan aan Onze Minister, zijn ambtsvervulling hervat;
c
door verloop van de termijn waarvoor de waarnemend gerechtsdeurwaarder werd benoemd.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.